Berichten

‘Onboarding’? Die term is vanaf vandaag verboden

Japke-d. denkt mee Van al het tenenkrommende jargon op kantoor, krijgt Japke-d. Bouma de meeste klachten van lezers over de vakterm ‘onboarding’. Ze bedacht een alternatief.

Van al het tenenkrommende jargon dat op kantoor gebruikt wordt, krijg ik de meeste klachten over het jeukwoord ‘onboarding’. Ik geef ze groot gelijk. Want het betekent: ‘zorgen dat nieuwe collega’s goed voorbereid aan hun baan beginnen’, maar het klinkt natuurlijk supermal – als het begin van een horrorcruise waar niemand van de bemanning Engels spreekt. Want het woord onboarding bestaat helemaal niet in het Engels.

Al in 2016 begonnen mensen er tegen me over te klagen. Of ik onboarding niet kon verbieden en of het de wereld uit mag. Sindsdien gaat het maar door.

Of er geen Nederlands woord voor is. Alsof we ‘het schip ingaan’, alsof ‘de boot aan is’, alsof je eeuwig moet blijven rondvaren na je ‘onboarding-programma’.

Maar er zijn ook veel mensen die écht niet weten wat het betekent. Of het iets als ‘waterboarden’ is. Of je je paspoort moet meenemen, of je een zwemvest krijgt. Mensen die boos zijn als er helemaal geen boot blijkt te zijn op hun onboarding. En dan word je daar vaak ook nog eens in het diepe gegooid, schreven mensen. „Zodra je onboarding hoort, moet je meteen de ‘emergency exit’ opzoeken”, fulmineerde een hater deze maand nog tegen me op Twitter, in een discussie met voor en tegenstanders van de term.

Want ja, voorstanders. Die zijn er natuurlijk ook! Sterker nog, er zijn ‘seminars’ over onboarding, er studeren mensen op af, en je hoort het mensen van personeelszaken zeggen alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Ontslag noemen ze trouwens ‘offboarding’, ik verzin dit niet.

Er zijn zelfs bedrijven waar de medewerkers nieuw personeel in stewarduniformen verwelkomen met boardingpassen, schreef een twitteraar me huilend van ellende – inderdaad vrij erg.

Maar goed, die voorstanders dus. Die vinden onboarding een handige verzamelterm, omdat alles wat moet worden ondernomen voordat nieuwe collega’s met hun baan beginnen eronder valt, zo legde een van hen me laatst geduldig uit op Twitter.

Dus de toegangspassen die moeten worden gemaakt, rondleiden, systemen die moeten worden uitgelegd, een wenperiode, kennismaken met collega’s, de bedrijfsvisie en missie die uit de doeken gedaan moet worden – al die dingen vallen onder onboarding.

„Inwerken”, „inweken”, „inwijden”, „inburgeren”, „ontgroenen”, of „wegwijs maken”, door de haters als alternatieven genoemd, dekken daarom de lading (!) niet, vinden de ‘hardcore onboarders’.

Bovendien is het altijd nog beter dan „we bedruipen je met ons dna”, „we gaan je onderdompelen” of je een „inhoudelijke kickstart” geven. Dat horen lezers ook weleens – brrrrrr. Dan noem ík het zelfs liever onboarding!

Er was op Twitter nog wel ruzie over. Een hater van het woord onboarding merkte op dat „je woordenschat gewoon tekortschiet” als je er geen Nederlands alternatief voor kunt bedenken. Waarop een onboarder riposteerde dat „je gevoel voor taal tekortschiet als je het verschil niet ziet tussen inwerken en onboarden (inlijven, inschepen en laten landen)”.

Maar wacht eens. Las ik daar het woord ‘inschepen’? Als dat ook een synoniem is voor ‘onboarden’, waarom gebruiken we dát dan niet? Het is ook een scheepvaartmetafoor, het is Nederlands, en je raadt het nooit: iedereen was het er op Twitter mee eens!

Voor het werven van personeel kunnen we dan ‘ronselen’ of ‘aanmonsteren’ gebruiken – we zitten tenslotte allemaal in hetzelfde schuitje – en ontslag noemen we dan ‘afschepen’, las ik in de verheugde reacties.

Of nou ja, daar léék iedereen het mee eens. Want vlak daarna kreeg ik weer allemaal jargonhaters achter me aan. „Het jeukwoord onboarding vervangen door het scheurbuikwoord inschepen”, dát gaan we dus niet doen, schreef een van hen teleurgesteld.

En dus nam ik maar weer eens een diepe duik (!) in alle vragen, ergernissen en opmerkingen die ik sinds 2016 over onboarding kreeg en ineens zag ik het: een woord dat me in al zijn klaarheid aanstaarde. Een woord dat vroeger, toen ‘human resource management’ nog gewoon ‘personeelszaken’ heette, óók al gebruikt werd, en iedereen wist wat het betekende.

Dat woord was, hou je vast: ‘introductieperiode’, of ‘introductieprogramma’. Woorden die iedereen kent en waar niemand jeuk van krijgt. En het mooiste: zelfs de critici waren het ermee eens!

Dus bij deze, en ik ben er best een beetje emotioneel van en trots op dat ik dit mag bekendmaken: vanaf vandaag is het woord ‘onboarding’ officieel verboden en heet het gewoon weer ‘introductieperiode’. Het hele land kan weer opgelucht ademhalen.

„Nu nog iets bedenken voor de ‘employee journey’”, schreef iemand. Stapje voor stapje, jongens. Stapje voor stapje.

Alle jeukwoorden de wereld uit.

Bron: NRC

De 40 verboden kantoorkreten van 2020

En evenzoveel snoeiharde reacties om ze af te fakkelen.


1. ‘Ik moet echt even mijn ding doen.’

– Wat dan? Kakken? In een hoekje een krant in stukken scheuren?
   Wees specifiek!

2. ‘Ik moet zeggen dat ….’

– Van wie dan??

3. ‘Ik hoor wat je zegt, maar…’

– Als je dat echt had gehoord, had je nu braaf ‘Ja’ zitten knikken.

4. ‘Ach, X moet er ook even zijn plasje over doen.’

– Doe dat ergens anders, wil je.

5. ‘Ik stel voor om…..’

– Jij stelt werkelijk helemaal niets voor.

6. ‘X zit volledig in mijn allergie.’

– Doe er dan wat aan druif. Met een pussend oog loop je toch ook niet door.

7. ‘Alle funnels moeten goed vol zitten.’

– Weet je wat, steek dat maar in je eigen funnel.

8. ‘Ik neem aan dat we ….’

– Je mag hooguit mijn jas aannemen, daar blijft het bij.

9. ‘Daar moeten we met z’n allen even een klap op geven?’

– Waarop? De bek van de baas?

10. ‘Ik wil graag een BILA met je inplannen.’

– En ik wil graag dat je mijn naam kikkert.

11. ‘Aangenaam kennis te maken.’

– Dat vind ik dus helemaal niet.

14. ‘Dat tillen we even over het weekend heen.’

– Wie ga je daarvoor meenemen?

12. ‘Eet smakelijk.’

– Dat bepaal ik zelf wel.

13. ‘Smakelijke voortzetting.’

– Ik zet mij niet voort maar ik plant mij voort en dat doe ik doorgaans
op zeer onsmakelijke wijze.

15. ‘Even de prio’s scherp krijgen.’

– Uit volle borst zingen: “Prio, oohoh. Prio…!”

16. ‘Dat moet wel goed teruggekoppeld worden.’

– Wat, je sleurhut?

17. ‘De klant staat bij ons echt centraal.’

– Waar is ie dan, ik zie ‘m niet?

18. ‘Laten we met zijn allen even op die ideeën schieten.’

– Graag, ik pak mijn Kalashnikov.

19. ‘Wil je even iets inschieten?’

– Is goed, waar is de bal?

20. ‘Dat parkeer ik nu.’

– Is dat wel verstandig, zal ik het anders even doen?

21. ‘We gaan eerst voor het laaghangend fruit.’

– Het zijn vruchten, pik.

22. ‘Wat?’

– Poepgat.

23. ‘Laten we zo nog even gaan zitten.’

– Wat doe ik nu dan?

24. ‘Mag ik dat zo even tegen je aanhouden?’

– Ik zal zo eens iets (lauwwarms) tegen jou aanhouden…

25. ‘Ik heb even wat lijntjes uitgegooid.’

– Jaja, en zeker zoooo’n vis gevangen (waarbij je je handen wijd
uit elkaar houdt.

26. ‘Doe maar …’

– Doe maar is een Nederlandse popgroep uit de jaren ’80.

27. ‘Stropdas/pantalon/gilet/colbert/overhemd…’

– Zeg, sinds wanneer werken we hier op de mannenafdeling van een zeer middelmatige modezaak?

28. ‘Zullen we dat afstemmen.’

– Nee, dank. Ik ben niet zo in de stemming.

29. ‘Dat moeten we goed dichttikken.’

– Amice, komt goed, ik ben echt rete dichtgetikt.

30. ‘Zullen we daar zo over sparren?’

– Sparren, die staan toch in het bos?

31. ‘Dit is net over de schutting gegooid.’

– Wat, wonen jouw buren zo dichtbij? Armoedig…

32. ‘We moeten elkaar niet steeds in de wielen rijden.’

– Vriend, je moet niet bij mij zijn, ik laat mij rijden.

33. ‘Mag ik zo even aanhaken?’

– Knor, het enige wat eventueel voor jou haalbaar zou zijn, is afhaken.

34.‘Dat is een stukje eigen verantwoordelijkheid.’

– Stukje? Stuk stront zul je bedoelen.

35. ‘Kun jij hem (telefonisch) even doorzetten?’

– Waarom, ik ben veel beter in afzetten.

36. ‘Ik wil je toch even teruggeven/meegeven…..’

– Nee joh, hou maar, je hebt ’t duidelijk nodig.

37. ‘Kun je dat er nog even infietsen?’

– Fietsen, wat denk jezelf?

38. ‘Wil je dat op de rails zetten?’

– Nee dank je, ik blijf doorgaans zo ver mogelijk verwijderd van de burgerrups.

39. ‘We gaan met de organisatie een lean-traject in.’

– Hmmm, ik ken iemand die veel harder een lean-traject nodig heeft.

40. ‘Wil je dat nog even dubbelchecken?’

Als jij je werk gewoon goed deed, had je me dat niet hoeven vragen.

 

Bron: Quotenet

Hellevoetsluis zoekt al vijf maanden naar gelekte gegevens

Datalekken 2019 is weer een recordjaar voor datalekken. Hellevoetsluis onderzoekt welke privacygevoelige gegevens in ambtenarenadviezen in te zien waren. Het is monnikenwerk.

De telefoon van wethouder Margriet den Brok gaat af terwijl ze in de auto voor het gemeentehuis van Hellevoetsluis staat. Het is eind juli en de wethouder staat op het punt op vakantie te gaan. Aan de lijn: het hoofd informatieveiligheid van de gemeente. Hellevoetsluis is zojuist door een journalist geconfronteerd met een groot datalek.

RTL Nieuws stuitte afgelopen zomer op een lek in het raadsinformatiesysteem (RIS) van de gemeente. In dat systeem konden ambtenaren openbare adviezen, inclusief bijlagen zoals facturen of brieven, aan het college van B en W invoeren. 21.000 documenten stonden op openbaar en een deel daarvan bevatte privacygevoelige informatie. Het ging om namen, telefoonnummers, e-mail- en woonadressen en burgerservicenummers. Die laatste gelden als bijzonder gevoelige persoonsinformatie, die bijvoorbeeld misbruikt kunnen worden om een bankrekening te openen. Hoe groot de schade is, kan niemand op dat moment overzien.

De gemeente slaat groot alarm en doet melding van een datalek bij de Autoriteit Persoonsgegevens (AP).

De Zuid-Hollandse gemeente met zo’n veertigduizend inwoners was daarmee een van de bijna 12.000 organisaties die in de eerste helft van dit jaar een datalek moest melden bij de AP. De privacywaakhond verwacht over 2019 24.000 meldingen, een stijging van 14 procent ten opzichte van een jaar eerder.

Geen fijne vakantie
„Ik heb geen fijne vakantie gehad”, zegt Den Brok vijf maanden later in haar werkkamer. De dikke muren en de kleine, hoge ramen van de voormalige vesting vormen een bijzonder decor voor een terugblik op een datalek. Ook afdelingsleider publiekszaken Ron Buis is aangeschoven. Buis heeft de leiding over de werkgroep ‘datalek RIS’, waar juristen en it’ers in zitten die het lek af moeten handelen.

Foute boel, dacht Buis toen het nieuws hem op die vrijdag in juli bereikte. Het lek werd snel geverifieerd door het crisisteam. „We wisten vrij snel dat het om de openbare adviezen aan B en W ging. Daar, of in de bijbehorende bijlagen, kunnen persoonsgegevens zitten.” Wethouder Den Brok: „Ik heb meteen gezegd: gooi dat hele systeem maar dicht.” Achttien jaar geschiedenis wordt dezelfde middag nog offline gehaald. Daarmee is het acute gevaar geweken.

De zoektocht naar wat uit had kúnnen lekken, is dan nog maar net begonnen. Een verplichting; de privacywetgeving schrijft voor dat personen van wie informatie is gelekt daarvan op de hoogte moeten worden gesteld. Als aantoonbare schade is geleden, kan de gemeente claims tegemoet zien – bovenop een eventuele boete van de AP.

Monnikenwerk
Het vaststellen van de omvang en de ernst van het datalek is monnikenwerk, waarvan een half jaar na de melding het einde eindelijk in zicht is. Ambtenaren van de werkgroep spitten één voor één alle openbare adviezen uit 2017, 2018 en de eerste helft van 2019 door, en inventariseren welke privacygevoelige informatie ze bevatten en wat voor risico’s dat geeft.

Het onderzoek naar 2018 en de eerste helft van 2019 is inmiddels afgerond. Burgerservicenummers of paspoortnummers werden niet aangetroffen, bijzondere persoonsgegevens over gezondheid, religie of ras evenmin, concludeert Buis. Slechts in dertien gevallen schat de gemeente in dat de gelekte gegevens een hoog privacyrisico vormen. Het gaat dan vaak om een combinatie van meerdere persoonsgegevens van één individu, vertelt Buis, waardoor het risico op misbruik toeneemt. Een voorbeeld is een cv van een sollicitant die in de bijlagen werd opgenomen.

Van de 625 openbare documenten die zijn onderzocht, worden er 137 door de gemeente als een laag privacyrisico ingeschat, omdat de gegevens vaak elders bekend waren. Buis: „In de adviezen zelf stond bijna niets, hooguit een naam van een interne medewerker. Voor de rest stond alles in de bijlagen. Daar zie je dan een naam voorbijkomen van een opsteller van een rapport waarop het advies aan het college gebaseerd was.”

Steekproeven
Buis houdt de gemaakte uren en de kosten van de operatie nauwgezet bij: tot dusverre 450 uur, omgerekend zo’n 35.000 euro. De kosten en inspanning hakken er voor de gemeente flink in. Het past „met moeite binnen de kaders van het ambtelijke apparaat”, schrijft burgemeester Milène Junius (CDA) op 11 november aan de gemeenteraad. Voor een eindoordeel is het wat Den Brok betreft nog te vroeg. „Eigenlijk kan je daarover pas iets zeggen als het onderzoek volledig is afgerond, maar op dit moment zeg ik: het is wel heel zwaar wat wij allemaal hebben moeten investeren.”

Want het onderzoek is nog niet klaar. Het is niet uit te sluiten dat nog meer persoonsgegevens opduiken, in oudere documenten. „In 2001 gingen we heel anders om met het raadsinformatiesysteem dan we nu doen,” zegt Buis. Ook die getroffenen moeten geïnformeerd worden.

Extra onderzoek is dus nodig, maar de werkgroep hoeft niet 16,5 jaar Hellevoetsluise raadsgeschiedenis door te vlooien. Op basis van de onderzochte jaren en de resultaten van de steekproeven maakt de gemeente straks een inschatting hoe ver terug de zoektocht nog moet gaan. Buis: „Op het moment dat je een onevenredig grote inspanning moet leveren om iets heel kleins te vinden, dan kan je het misschien achterwege laten. Dus nemen we steekproeven voor 2002, 2007 en 2012. Als dat hetzelfde beeld oplevert als de onderzochte jaren kan je zeggen; hoe zwaar we het ook onderzoeken, dit is het beeld.”

Groeiende privacybewustzijn
In de achttien jaar dat het RIS online stond, rinkelden er geen alarmbellen bij het gemeentebestuur. De gemeente kreeg in al die jaren een handvol telefoontjes over de publiek toegankelijke informatie. Die werden pragmatisch afgehandeld. Buis: „We trokken degene die het advies had opgesteld dan aan zijn jasje – als die persoon nog bij ons werkte. De documenten maakten we ontoegankelijk.”

Ook kwam niemand in die tijd op het idee om gericht te letten op persoonsgegevens. „Het raadsinformatiesysteem is voor besluiten uit de raad, en die gaan eigenlijk nooit over individuen. Het was gewoon geen logische plek om naar privacygevoelige informatie te zoeken.”

Dat dat nu wel gebeurt, komt wellicht doordat het bewustzijn over privacy in de loop der jaren is gegroeid, voegt wethouder Den Brok toe. „In 2001 keek niemand daarnaar, was het helemaal niet belangrijk en vonden mensen het heel normaal dat dit soort zaken online stonden. Dat ligt nu veel meer onder een vergrootglas. Terecht overigens.”

Het datalek was eigenlijk het resultaat van het streven van Hellevoetsluis zo transparant mogelijk te zijn, denkt Den Brok. „We wilden zoveel mogelijk laten zien, ons niet realiserend dat in die openbare adviezen potentieel gevoelige persoonsgegevens stonden.”

Wat ook niet meehelpt, is dat het RIS sinds de invoering niet meer bijgewerkt werd. Er was al die tijd geen logboekfunctie, waardoor het van stukken niet valt terug te halen wie ze wanneer heeft ingezien. Dat had een inschatting van de ernst het datalek vereenvoudigd.

Hellevoetsluis twijfelt nog of de adviezen in de toekomst weer op een vergelijkbare manier openbaar worden gemaakt. Inmiddels staan alle openbare adviezen van 2019 wel weer online, nadat de bijlagen gecheckt zijn op persoonsgegevens. Nieuwe adviezen worden voor publicatie „stevig gecontroleerd” op persoonsgegevens, zegt Buis. „Dat is een extra investering, want ieder document wordt bijna vier keer bekeken.” De oudere adviezen komen sowieso niet meer terug.

Buis hoopt de steekproeven half januari afgerond te hebben. Dan wil de gemeente ook degenen van wie informatie met een hoog privacyrisico inzichtelijk was, persoonlijk geïnformeerd hebben. De kans op schadeclaims lijkt vooralsnog klein, denkt wethouder Den Brok. „Gelet op wat we nu geconstateerd hebben en hoe beperkt dat is, denk ik dat het heel moeilijk wordt om aan te tonen dat je schade hebt geleden.” Een boete van de Autoriteit Persoonsgegevens kan de gemeente nog niet uitsluiten.

Een half jaar later is ‘datalek RIS’ nog niet afgerond. Als de inschatting van de ernst en omvang hetzelfde blijft, dan vraagt wethouder Den Brok zich af of de ophef en de kosten in verhouding staan tot wat er uiteindelijk aan privacygevoelig materiaal is aangetroffen. „Ik baalde persoonlijk enorm van het datalek, maar waar hebben we het in hemelsnaam over? Je moet het wel in proportie zien. Vooropgesteld: alles wat uitlekt, is natuurlijk niet goed, maar er zijn geen echt persoonlijke dingen naar buiten gekomen.” Nóg niet, vult Buis met een oog op de komende steekproeven aan. „Ik ben zelf eigenlijk ook wel benieuwd wat daaruit komt.”

Bron: NRC